Ontdekken van een stukje hemel

Vandaag vertelt Jezus over twee zonen.

De eerste zegt ja en doet nee. De tweede zegt eerst nee en doet dan ja. De tweede gaat eerst binnen in het koninkrijk van God.

 

Hij vertelt het aan de schriftgeleerden en de farizeeën, net na het moment dat hij met een touw door de tempel is gegaan en de geldwisselaars eruit heeft gegooid. De schriftgeleerden beginnen tegen Hem samen te spannen. En dan vertelt Jezus een parabel.

Daar is Hij sterk in.

De schriftgeleerden zullen het wel herkend hebben. Werken in de wijngaard is een teken van Gods wil te doen. Werken aan het Rijk van God.

 

De eerste zoon is een brave zoon, misschien wel een schriftgeleerde. Hij kent Gods Woord. Hij noemt zijn Vader Heer. Maar hij doet niets.

En dan de tweede zoon (of dochter). Die heeft daar de tijd niet voor of neemt hem niet. Ze zoeken hun geluk in geld of goed, in lichamelijke geneugten. En dat blijven ze nog wel even doen.

Tollenaars en hoeren zijn het. En veel andere gewone en kwetsbare mensen die op hun manier zoeken naar vreugde en geluk en erin soms kopje onder gaan.

 

Jezus stelt het hier heel wit/zwart. Maar zo is het meestal niet.

Mensen zijn nooit helemaal vroom of helemaal zondig. We hebben allemaal ja en nee in ons.

We zijn allemaal Gods mensen onderweg...

 

Wie weet, brengt de vader met zijn vraag aan de tweede zoon een proces op gang. Ook aan de hoer en de tollenaar wordt de vraag gesteld: ‘Wil jij werken in mijn wijngaard?’

 

Het is natuurlijk niet zomaar een wijngaard, deze wijngaard van de vader. Het is hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zuiver van hart worden, vrede brengen of zachtmoedig worden. Het is ook werken aan jezelf, werk aan de ziel, werk als als wat Jezus eigenlijk doet. Zorg voor de ziel van jezelf en die van de anderen, zodat je openbloeit en vrucht kan dragen.

 

Het werk dat de vader van zijn zonen vraagt, kan grote consequenties hebben. Het is een zaak van het hart en een zaak van leven en dood. Kijk maar hoe het Johannes de Doper is vergaan en Jezus.

Vind je het gek als iemand daar aanvankelijk weerstand tegen voelt? Herinner je je de bekoringen van Jezus in de woestijn vlak na zijn doop? Dat wil ik niet. Wie weet, moet het ja wel eerst door een nee heengaan...



Neem nu onze kerkvader Augustinus: een rusteloos denker, een man die vaak aandachtig en zorgvuldig in zichzelf keert, een mens die niet alleen wil zijn, die contact zoekt en verbindingen legt, iemand die geleidelijk aan gaat beseffen dat de schepping één en heel is, dat de liefde van God, die in Jezus tastbaar werd, mensen geneest, dat de liefde van God hem, Augustinus, heel kan maken.

Het Woord van God krijgt hem te pakken. Augustinus stribbelt tegen. Moet hij dan zijn vrienden loslaten, de vrouwen die hem lief zijn en andere geneugten van de zinnen? Is dat niet wat teveel gevraagd?

‘Och, mijn God, lieve Heer, wacht toch nog even. Er is nog zoveel te genieten. Ach, geef me daarvoor toch de tijd.’ Zo smeekt Augustinus als hij gaat begrijpen waar het de Heer om gaat.

Hij ontdekt hoe God in hem aanwezig is als zijn diepste verlangen: ‘U was binnen en ik zocht U buiten!’

Augustinus vindt rust en vrede bij God: ‘U bent mij intiemer dan ik mijzelf ben!’ Als tweede zoon vangt hij het werk aan in de wijngaard van de Vader.

En hij betuigt Hem zijn spijt: ‘Veel te laat heb ik U lief gekregen. Dank U dat U bent blijven roepen, dat U mijn doofheid hebt doorbroken!’

 

In het evangelie gaat het niet om wat je zegt, maar om wat je doet...

Oftewel... wat je doet, moet overeenkomen met wat je zegt...

 

We hebben een mooie visietekst, waarin staat dat we iedere mens van goede wil, willen verwelkomen. Dan moeten we dat ook doen.

Zo hebben we de vraag gekregen van de moslimgroep al-Umma.

Zij kwamen tot hier toe samen in het ‘rode schooltje’ in de Ernest Claesstraat. Dit wordt echter afgebroken omwille van de werken aan het IGLO-project. De vraag is gesteld of wij in het Cultureel Centrum ter Schelde voor een half jaar onderdak kunnen bieden aan de groep moslims die dagelijks willen bidden en samenkomen.

We hebben daar positief op gereageerd. Als gelovige gemeenschap steken wij de hand uit naar een andere gelovige gemeenschap. Het kan in het begin van deze Vredesweek een teken van vrede worden hier op Linkeroever. We zijn er ons van bewust dat er bij vele mensen vragen zullen rijzen en dat velen dit argwanend bekijken.

Daarom willen we er dan ook open over zijn en vertel ik het hier.

 

Er zijn goede afspraken gemaakt.

Van maandag tot en met donderdag zal al-Umma gebruik maken van het Klokske. Vrijdagmiddag, zaterdag en zondag gebruiken ze de B-zaal van het Cultureel Centrum (de vroegere bibliotheek).

Zij zijn bij ons te gast.

Dat wil zeggen dat zij dezelfde regels volgen als iedere andere huurder. Zij gebruiken de zalen alleen op momenten die voorzien zijn en laten ze proper en in oorspronkelijke staat achter.

 

Het is een hele stap, zowel voor hen als voor ons.

Hopelijk wordt het ook een zichtbaar teken van verdraagzaamheid, van vrede, van leren van elkaar en wie weet... samen iets ontdekken van een stukje hemel op Linkeroever?